Doorgaan naar hoofdcontent

Een kaarsje branden


Ik brand vaak nog wel eens een kaarsje in een kerk als ik in het buitenland ben. Niet omdat ik gelovig ben, maar omdat het zo'n mooi symbolisch gebaar is: een herdenkingslichtje. De warmte van het terugdenken aan iemand die je dierbaar is en wie je bent kwijtgeraakt, het licht van de liefde die je samen hebt gedeeld, de geborgenheid, de kwetsbaarheid, maar ook de vergankelijkheid. Een kaarsje blijft ook niet eeuwig branden. Zelfs herinneringen vervagen met de tijd. Specifieke dingen: een geur, de kleur van een stem, dagelijkse dingen die we in het leven allemaal voor lief nemen... Wat wel blijft is de liefde en de pijn van het gemis. Het hart onthoudt zoveel meer dan het hoofd.


Met mijn hoofd stuur ik steeds weer mijn hand aan een kaarsje aan te steken voor mijn moeder Tine († 5 februari 1992), mijn opa Piet Greep († 3 november 1994) en oma Jo Greep († 2 februari 1995). Het kaarsje brandt ook voor andere dierbaren die helaas niet meer bij me zijn, maar zeker ook brandt het voor diegenen die er nog wel zijn, waarvan ik me gelukkig mag prijzen dat we samen nog nieuwe herinneringen kunnen maken waar ik later weer met warmte en liefde op terug kan kijken. Dat kan allemaal in één klein kaarsje. Zo groots kan iets kleins zijn.

Mijn hart is al heel vroeg gebutst, gebroken, gelijmd, gescheurd, weer gerepareerd, opnieuw gebarsten, met pleisters beplakt, het heeft met de jaren wat stukjes verloren, wat eelt opgebouwd, het heeft scherpe randjes gekregen, maar het leeft nog. En hoe. Het voelt wat het hoofd soms al niet meer weet: de kleine dingen. Met mijn hart huil ik veel intenser dan met mijn hoofd. Ook lacht mijn hart luider dan mijn stem ooit heeft durven doen. Het tast dieper in mijn gevoel dan mijn vingers ooit kunnen bereiken. Dat komt omdat zij daar nog zitten, mijn dierbare doden, in de donkere kamers van mijn hart. En ondanks alle pijn, het intense, soms verlammende verdriet van het gemis, ondanks de bóósheid, want o... hoeveel boosheid zit daar niet opgeborgen, ondanks dat (nee, misschien zelfs dankzij, maar zeg dat maar niet te hard) leef ik en heb ik lief.

En ik huil nu, terwijl ik dit schrijf. Om alles wat is geweest, wat is en wat nog zal zijn. Om de mooie dingen, de lelijke, de liefde, de pijn, de afkeer van het zijn wat ik soms heb. Het is zoals het is. Meer kan ik er niet van maken. Ik brand er een kaarsje voor. 

Voor jou, mam, die ik al heel mijn volwassen leven mis. Voor jullie, oma en opa, mijn mams en paps 2.0, onvervangbaar. Voor de mensen die nog bij me zijn, dat ze gezond en gelukkig mogen zijn, worden en blijven. Voor alle kleine dingen die het leven zo mooi kunnen maken. Voor mij, want eindelijk kan ik ook een beetje hardop zeggen, ik brand ook een kaarsje voor mij, omdat het anders zo donker blijft in mijn hart.

Reacties

Populaire posts van deze blog

~

If dreams could be real
You'd live
We'd walk in the park, smiling
But spring's here again
And you're not

How far would you go

how far would you walk with me my friend
all the way through the swamp of sadness
where despair seeps into your veins
leaving your limbs as heavy as stone
how far would you walk with me my friend
how far would you walk with me my friend
all the way over the mountains of dread
where the fear claws at your feet
and the paths are as treacherous as thieves
how far would you walk with me my friend
how far would you walk with me my friend
all the way through the valley of pain
where the roads are as sharp as razors
and the rivers run with blood
how far would you walk with me my friend
how far would you walk with me my friend
All the way to the ends of the earth
where the emptiness is as vast
as the hole in my heart
how far would you walk with me my friend
how far would you go