Doorgaan naar hoofdcontent

Dagvlinder




In het gras zittend, staarde ik naar het water in de grote vijver. Het was een prachtige, warme voorjaarsdag en daardoor druk in het park.
'Papa, kijk nou!' Met een pruillip stond ze ineens voor me, mijn kleine engel. Haar armpjes over elkaar heengeslagen. Ongewild moest ik er om lachen, wat natuurlijk als olie op het vuur was. 'Jij bent stom!' riep ze boos, waarna ze haar tong naar me uitstak. Ze wilde zich omdraaien en weglopen, maar voor ze de kans kreeg had ik haar al opgetild en zwaaide ik haar de lucht in. Onmiddellijk schaterde ze het uit, een geluid waar ik geen genoeg van kon krijgen. Toen ik haar weer op de grond zette, vloog ze me om de nek waardoor we allebei achterover in het gras vielen. Ik deed mijn best om serieus te kijken en zei: 'Daar staat de kieteldood op, jongedame.' Emmi begon opnieuw te schateren, al voordat ik haar kietelde.

Niet lang daarna zijn we op Emmi's verjaardag naar Burgers' Zoo geweest. Afgelopen jaren was het begin mei prachtig weer geweest, maar dit jaar regende het onafgebroken terwijl het in april al zomer had geleken. De dierentuin heeft gelukkig een groot overdekt gedeelte waar we bijna de hele dag hebben doorgebracht. Emmi vond het heerlijk. Vooral de kleurrijke dagvlinders in het regenwoud hadden haar onverdeelde aandacht; dat er eentje op haar hand kwam zitten was hét moment van de dag. Ze vroeg me hoe oud vlinders konden worden. Toen ik haar vertelde dat sommige vlinders maar een paar dagen oud werden en andere wel bijna een jaar, keek ze me met grote ogen aan. 'Maar dat is toch niet eerlijk,' zei ze, 'waarom worden ze niet allemaal even oud?' Wat moet je daarop antwoorden. Dat het de natuur is? Dat de vlinders daar zelf geen weet van hebben? Ik heb haar maar gezegd dat de vlinders wel allemaal een even mooi leven hebben gehad wanneer ze doodgaan, hoe lang of kort het ook was geweest.


Wat begon met een bezoekje aan de huisarts omdat ze zich al een paar dagen niet zo lekker voelde, eindigde in een nachtmerrie. Emmi kreeg de diagnose acute lymfatische leukemie. Ik kon het niet geloven. Mijn vrolijke, energieke dochter was in een korte tijd veranderd in een doodziek, ellendig hoopje mens.
Vijf weken. Nog maar vijf weken daarvoor leek er niets aan de hand. Evenveel weken als het aantal jaren dat Emmi op die dag oud was geworden.
De hele zomer is aan haar voorbij gegaan. Een zomer die op zijn mooist had moeten zijn. We zouden voor het eerst gaan kamperen. Misschien was hij wel op zijn mooist, maar niet voor ons. In het ziekenhuis vocht Emmi tegen de leukemie, maar het zag er niet goed uit. De chemotherapie sloeg niet aan. Mijn kleine meid was nog maar een schim van wie ze had moeten zijn.
Om haar een beetje af te leiden van het ziek zijn, had ik een klein fotoalbum laten maken met de mooiste foto's van ons bezoek aan Burger's Zoo. Toen ik het album voor het eerst in mijn handen had, brak mijn hart. De foto van een stralende Emmi met een vlinder op haar hand stond op de voorkant. Haar verontwaardiging over de uiteenlopende levensduur van vlinders stond me ineens weer helder voor de geest. Nu pas besef ik hoe oneerlijk het voor haar voelde. Emmi is als een vlinder die maar een paar dagen oud zal worden terwijl in vergelijking veel andere mensen wel bijna een jaar lang mogen fladderen. Het ís ook niet eerlijk.


Twintig weken heeft Emmi gevochten. Nu liggen we samen in het ziekenhuisbed, mijn dochter en ik. Ze ligt tegen me aan, haar tengere armpje op mijn buik.
'Papa? Waar ga ik heen als ik dood ben?' Mijn dochter kijkt me vragend aan. Haar gezichtje is bleek en er zijn donkere kringen zichtbaar onder haar ogen. Ik weet niet wat ik moet zeggen. Gelovig ben ik niet, dus in mijn leven is nooit plaats geweest voor een hemel. Geen god, dan ook geen hemel. Op dit moment zou ik willen dat het anders was. Als ik zou geloven, dan had ik haar met heel mijn hart kunnen zeggen dat ze dan naar de hemel gaat. Verdrietig glimlach ik naar haar.
'Dat weet ik niet, Emmi.'
Mijn dochter blijft even stil en zegt vervolgens: 'Maar dan kun je mij niet vinden als jij ook dood bent.' Haar lip trilt. Mijn meisje, die alles met de grootst mogelijke dapperheid heeft doorstaan, laat voor het eerst zien dat ze bang is. Niet omdat ze doodgaat, maar omdat ik haar niet zou kunnen vinden wanneer ik ook dood ben. Ik geef een kus op haar kale hoofd, waar afgelopen lente nog volle, blonde krullen zaten.
'Je hoeft niet bang te zijn. Ik weet zeker dat ik je kan vinden.'
Ze neemt genoegen met dat antwoord en legt haar hoofd tegen mijn borst aan. Ik hoop zelf ook dat het de waarheid is: dat ik haar kan vinden als we ergens heengaan na onze dood. Dat moet gewoon.
Praten kost Emmi veel energie. Ze is erg moe, dat weet ik. Haar zwakke ademhaling wordt meer regelmatig en ik denk dat ze weer in slaap is gevallen. Hier lig ik dan met mijn kleine dochter, in een bed waarvan ik weet dat ze daar niet meer uit gaat komen. Het wekenlange, hoopvolle wachten is kort en uitzichtloos geworden.
Ik kijk uit het raam met uitzicht op een paar monumentale eiken. Tegen de strak blauwe lucht afgetekend lijken ze bijna in brand te staan, zo fel oranjerood zijn de bladeren. De afgelopen paar weken heb ik de bomen al kaler zien worden. Winter staat voor de deur; de winter die Emmi niet meer mee zal maken. Dit is het seizoen van afscheid nemen: de herfst. Voor ons het laatste seizoen.




Reacties

A van de Aa zei…
......................................................... :-{
Mey zei…
Ik heb gewoon gehuild toen ik het aan het schrijven was. Verschrikkelijk.
A van de Aa zei…
Kan ik me voorstellen ................
**************************************

Ik wil je fijne feestdagen toe wensen en een voorspoedig, gezond en warm 2017.

Populaire berichten van deze blog

Boeklancering 23x Zwart Licht

Over een maandje zal de verhalenbundel 23x Zwart Licht gelanceerd worden. Ik ben trots dat voor de derde maal een verhaal van mij gepubliceerd wordt via Godijn Publishing.

Mijn verhaal heet 'Engelenstem'. Een klein voorproefje om jullie interesse te wekken:


"Blanco. Ze staarde wezenloos voor zich uit. Alles was blanco. Ze had het gevoel niet echt te zijn. Even deed ze haar ogen dicht en probeerde ze zich te concentreren op haar lichaam. Ze werd zich gewaar van haar hartslag en ademhaling; ze moest wel echt zijn. Ze opende haar ogen en keek omhoog naar de strakblauwe lucht, die leek ook echt. Ze richtte haar blik vooruit en zag de zee. Het wateroppervlak was rustig, de golven kabbelden. In de verte voer een vrachtschip waarvan het leek alsof hij stillag. Ze werd zich ervan bewust dat ze in de vloedlijn stond en dat haar sneakers nat waren geworden, toch bleef ze staan. In haar rechterhand hield ze iets vast: een scherp toelopende metalen pin. Het zat onder het bloed, net als…

~

If dreams could be real
You'd live
We'd walk in the park, smiling
But spring's here again
And you're not

How far would you go

how far would you walk with me my friend
all the way through the swamp of sadness
where despair seeps into your veins
leaving your limbs as heavy as stone
how far would you walk with me my friend
how far would you walk with me my friend
all the way over the mountains of dread
where the fear claws at your feet
and the paths are as treacherous as thieves
how far would you walk with me my friend
how far would you walk with me my friend
all the way through the valley of pain
where the roads are as sharp as razors
and the rivers run with blood
how far would you walk with me my friend
how far would you walk with me my friend
All the way to the ends of the earth
where the emptiness is as vast
as the hole in my heart
how far would you walk with me my friend
how far would you go