Doorgaan naar hoofdcontent

Niemand

De niemand die ik was, wilde ik niet kennen. Ik wilde haar niet zijn.

Heel lang ben ik niemand geweest. Ik was niet van mijn vader, niet van mijn zus en mijn broer. Niet van leerkrachten, niet van familie. Ik was van mijn moeder en oma geweest en zonder hen was ik niemand meer: een lege ruimte, afgesloten. Angstig. 

Nu ben ik steeds meer een beetje iemand, naast dat ik ook beetjes van anderen ben. Een beetje van mijn vader, een beetje van mijn lief, een beetje van mijn beste vrienden, en een beetje van mezelf. Ik ben nu zelfs een beetje iemand zonder dat ik van iemand ben. Ik weet nog niet wie ik ben, of ik haar leuk vind, en of ik veilig ben haar te zijn. Maar de ruimte is er om weer iemand te zijn, steeds meer. Ik mis mijn moeder en oma ontzettend veel en de ruimte die zij hebben achtergelaten is nog pijnlijk leeg. Een gapend gat waar eerst een klein meisje aan vastzat. Ik denk ook niet dat ik de ruimte kan opvullen met anderen óf met mezelf. Het kleine meisje is groot geworden, maar nog steeds erg klein in haar hart. Ze heeft tijd nodig te groeien. Hoe lang nog? Ik weet het niet. Ik wacht af tot ik haar los kan laten. Todat we kunnen gaan beginnen te bestaan.




Reacties

Anna zei…
Beklijvend schrijven :-)
A van de Aa zei…
Over dit schrijven even moeten nadenken.
Iemand die niemand is, maar blijkt, toch iemand te zijn.......
Mey zei…
Dank je Anna, fijn je weer te 'zien'.

En A, tja.. die is ook heel erg lastig. Ik kan het niet uitleggen, want het klopt rationeel gezien ook niet, denk ik. Misschien gewoon maar denken dat het altijd al een iemand is geweest die incognito als niemand door het leven ging.

Populaire berichten van deze blog

Boeklancering 23x Zwart Licht

Over een maandje zal de verhalenbundel 23x Zwart Licht gelanceerd worden. Ik ben trots dat voor de derde maal een verhaal van mij gepubliceerd wordt via Godijn Publishing.

Mijn verhaal heet 'Engelenstem'. Een klein voorproefje om jullie interesse te wekken:


"Blanco. Ze staarde wezenloos voor zich uit. Alles was blanco. Ze had het gevoel niet echt te zijn. Even deed ze haar ogen dicht en probeerde ze zich te concentreren op haar lichaam. Ze werd zich gewaar van haar hartslag en ademhaling; ze moest wel echt zijn. Ze opende haar ogen en keek omhoog naar de strakblauwe lucht, die leek ook echt. Ze richtte haar blik vooruit en zag de zee. Het wateroppervlak was rustig, de golven kabbelden. In de verte voer een vrachtschip waarvan het leek alsof hij stillag. Ze werd zich ervan bewust dat ze in de vloedlijn stond en dat haar sneakers nat waren geworden, toch bleef ze staan. In haar rechterhand hield ze iets vast: een scherp toelopende metalen pin. Het zat onder het bloed, net als…

How far would you go

how far would you walk with me my friend
all the way through the swamp of sadness
where despair seeps into your veins
leaving your limbs as heavy as stone
how far would you walk with me my friend
how far would you walk with me my friend
all the way over the mountains of dread
where the fear claws at your feet
and the paths are as treacherous as thieves
how far would you walk with me my friend
how far would you walk with me my friend
all the way through the valley of pain
where the roads are as sharp as razors
and the rivers run with blood
how far would you walk with me my friend
how far would you walk with me my friend
All the way to the ends of the earth
where the emptiness is as vast
as the hole in my heart
how far would you walk with me my friend
how far would you go

Dagvlinder

In het gras zittend, staarde ik naar het water in de grote vijver. Het was een prachtige, warme voorjaarsdag en daardoor druk in het park. 'Papa, kijk nou!' Met een pruillip stond ze ineens voor me, mijn kleine engel. Haar armpjes over elkaar heengeslagen. Ongewild moest ik er om lachen, wat natuurlijk als olie op het vuur was. 'Jij bent stom!' riep ze boos, waarna ze haar tong naar me uitstak. Ze wilde zich omdraaien en weglopen, maar voor ze de kans kreeg had ik haar al opgetild en zwaaide ik haar de lucht in. Onmiddellijk schaterde ze het uit, een geluid waar ik geen genoeg van kon krijgen. Toen ik haar weer op de grond zette, vloog ze me om de nek waardoor we allebei achterover in het gras vielen. Ik deed mijn best om serieus te kijken en zei: 'Daar staat de kieteldood op, jongedame.' Emmi begon opnieuw te schateren, al voordat ik haar kietelde.
Niet lang daarna zijn we op Emmi's verjaardag naar Burgers' Zoo geweest. Afgelopen jaren was het begin me…