Doorgaan naar hoofdcontent

Schrijven is leven



Het raam van de studeerkamer staat op een kiertje en de koude lucht sijpelt naar binnen. De avond valt in en Sam staart naar buiten. Hij doet de bureaulamp aan en kijkt naar het beeldscherm van zijn laptop. Een bijna witte pagina staart hem aan. Het enige wat er op dit moment staat is een dankwoord;

Opgedragen aan Celeste”


Hoe te beginnen met het vertellen van dit verhaal, denkt Sam. Het is al lang geleden dat het gebeurd is. Sinds die tijd heb ik al veel geschreven, maar dit verhaal heb ik tot nu toe voor mezelf gehouden.
'Gewoon beginnen bij het begin,' hoort hij zijn moeder achter hem zeggen, alsof ze zijn gedachten kan lezen. Hij grijnst. Sinds hij schrijft komt hij dat nog altijd hier in zijn ouderlijk huis doen, op de plek waar het allemaal begonnen is, en vaak staat zijn moeder ineens achter hem met een kop thee of ongewild advies. Maar dit keer slaat ze eigenlijk de spijker op zijn kop. Maar daar moet wel eerst een proloog aan vooraf, denkt hij. Op de eerstvolgende pagina begint hij te schrijven:

Oktober 2013”

Heel vreemd te bedenken dat dit alles begon op de zolder van de hooischuur van mijn ouderlijk huis. Nu, twintig jaar later, begin ik pas echt te beseffen dat wat er toen gebeurd is, de loop van mijn leven heeft veranderd. Ik was een raar kind, een buitenbeentje. Ik had geen enkel idee welke kant ik op wilde gaan, wat ik wilde doen, of wie ik wilde worden. Celeste heeft me via haar brieven op weg geholpen. Ze was iemand die ik nooit echt, maar eigenlijk juist heel intiem heb gekend. Ik ken haar aspiraties, haar dromen, en haar wil te worden wie ze in principe al was. Zíj was bijzonder en ik wil haar gehele verhaal vertellen. Ik zal onderzoeken wie ze was, de omstandigheden waarin ze leefde, alles wat ik over haar te korte leven kan vinden, en dat zal ik delen. Dat is wat ik wil; dat is wat zij verdiend. Door haar woorden ben ik geworden wie ik nu ben, een schrijver.”

~ ~ ~


Sam lag in het hooi en staarde naar het plafond van de schuur. Hij vond het heerlijk daar vanwege de geur en de rust. Even alleen zijn en geen gezeur of gepest. In de nok nestelden zwaluwen en af en toe zag hij ze naar buiten vliegen. Hij keek naar de houten ladder die naar de zolder van de hooischuur leidde. Hij hoorde in gedachten zijn moeder weer nadrukkelijk zeggen: 'Niet de ladder op Sam, dat is levensgevaarlijk!' Tot dan toe had hij daar gehoor aan gegeven, maar hij had er vandaag zo de pest in dat hij zijn tong uitstak naar die gedachte en opstond. Sinds ze hier waren komen wonen, drie jaar terug, waren er nog steeds vele onontdekte plekken in de omgeving, en deze hooizolder was er daar een van. Hij liep naar de trap en voelde er eens goed aan. Hij was een beetje gammel, maar Sam bedacht zich dat hij vrij licht was en dat de trap hem vast wel kon houden. Hij zette zijn rechtervoet op de eerste sport. De trap kraakte maar gaf niet mee. Voorzichtig zette hij zijn linkervoet op de volgende sport. Zoals hij al had gehoopt leek de trap hem prima te kunnen houden. Hij klom de trap op. Boven op de hooizolder aangekomen stroomde het zonlicht door de houten balken naar binnen en verlichtte niet de gehele zolder. Her en der lag nog wat los hooi en stonden er wat kratten. Sam voelde zich net een avonturier, op zoek naar het onbekende. Hij liep naar een stapeltje kratten toe en keek erin. Ze waren bijna allemaal leeg; in eentje zaten wat oude kranten en in een tweede nog wat hooi. Sam keek in het rond. De andere kratten zagen er even verdacht leeg uit vanaf een afstand. Sam liep naar een kier in de zijkant van de schuur, waar hij doorheen keek. Wauw, tof uitzicht! Als ik hier nog wat hooi naar boven breng is dit de ultieme relax-plek, dacht Sam. Hij keek nog eens in het rond, er waren meer van dat soort kieren. Hij wilde door alle kieren naar buiten gluren. Sam liep naar de andere zijde van de hooizolder. Bijna liep hij tegen een lage dwarsbalk aan. Wie heeft dit ontworpen, mopperde Sam, levensgevaarlijk. Hij keek boos naar de dwarsbalk en trok verbaasd zijn wenkbrauw omhoog. Op de dwarsbalk stond, bijna onzichtbaar, een klein houten kistje. Sam reikte ernaar en pakte het van de balk. Opgewonden liep hij ermee naar een hoopje hooi waar hij ging zitten, het kistje op zijn schoot. Hij bekeek het eens goed. Niets bijzonders, een heel simpel houten kistje, maar wel oud en verweerd. Aan de voorkant zat een scharnier welke gesloten was met een metalen pin. Sam haalde de pin eruit en het scharnier sprong los waardoor het kistje op een kier stond. Sam's hart klopte in zijn keel. Langzaam maakte hij het kistje open. Brieven? Sam keek enigszins teleurgesteld. Brieven. Hij pakte het bundeltje brieven vast en zette het kistje neer. Het was een ander soort schat, dan die waar hij op gehoopt had, maar toch was hij nieuwsgierig geworden. Van wie waren die brieven, en voor wie waren ze bedoeld? Hij maakte het lint om de brieven los en pakte er de bovenste brief af. Er stond enkel in sierlijke letters geschreven: “Aan jou.” Dat is een gekke aanhef, dacht Sam. Hij bekeek de overige brieven, ook daar stond hetzelfde op. Alle brieven waren nog dichtgeplakt, dus degene voor wie ze bedoeld waren had ze nooit gelezen. Wat vreemd. Hij wist niet goed wat hij nu moest doen. Misschien als hij de eerste brief opende dat hij erachter kon komen voor wie ze bedoeld waren, om ze terug te geven. Sam besloot dat dat de beste manier was, bovendien was hij ontzettend nieuwsgierig naar wat er in de brief stond, en wie hem had geschreven. Hij pakte zijn zakmes en sneed de bovenkant van de brief voorzichtig open. Het dikke papier was wat vergeeld. Hij opende de brief en las:

July 1907

Hallo,

Jij kent mij waarschijnlijk niet, noch ik jou. Maar ik wil je wat vertellen, als jij wilt luisteren tenminste. Ik hoop dat je dat wilt doen. Ik zal beginnen met je te vertellen hoe ik heet. Mijn naam is Celeste de Heer en ik ben zestien jaar oud, en ik ben ziek. Niet schrikken, dit verhaal gaat over mijn leven, niet mijn dood. Wanneer je dit leest zal ik dat al wel zijn, want dat is nog slechts een kwestie van heel korte tijd. Ik heb iemand bereid gevonden deze brieven na mijn dood ergens te verbergen tot ze gevonden zouden worden. Dat heb jij nu gedaan. Ik hoop dat het onze lotsbestemming is elkaar op deze manier te vinden.”

Sam keek verbaasd naar de brief. Lotsbestemming, dat klinkt wel heel drastisch. Hij krabde zich op het achterhoofd. Ze was pas zestien, vijf jaar ouder dan ik ben, maar ze schreef alsof ze al oud was. Misschien voor haar niet zo heel raar, want ik ken haar niet. Hij pakte de brief weer in beide handen en las verder.

Wat ik je ga vertellen heb ik nooit met iemand gedeeld. Al toen ik heel jong was had ik een droom, maar die droom was niet echt haalbaar toen ik leefde. Als meisje had je namelijk niet veel keuzes in je leven die je zelfstandig kon of mocht maken. Over die droom wil ik je vertellen. In de volgende brief ga ik daar echt mee aanvangen. Mocht je niet verder willen lezen dan hoop ik dat je deze brief weer terug stopt en de bundel weer wilt verbergen zodat iemand anders hem kan vinden in de toekomst.”

Wat een vreemde brief, dacht Sam, maar hij wilde hem niet wegstoppen. Hij was nieuwsgierig geworden naar het verhaal van Celeste. Hij ging wat comfortabeler zitten, legde de eerste brief naast zich neer, en pakte de volgende van het stapeltje. Ook deze sneed hij open, pakte de brief uit de envelop, en begon te lezen.

July 1907,

Ik vind het fijn dat je besloten hebt mijn brieven te lezen. Ik wil je meenemen naar mijn tijd, mijn leven, en mijn droom. Ik ben geboren in een gezin met vier kinderen. Ik heb drie oudere broers. Mijn ouders zijn welgesteld en wij wonen in een landhuis, waarschijnlijk niet ver van waar jij deze brieven hebt gevonden. Ik heb namelijk een vermoeden waar ze verstopt gaan worden omdat mijn beste vriend, die het me beloofd heeft, een boerenjongen was. Ongehoord in deze tijd, maar hij is meer mijn broer dan mijn eigen broers dat ooit geweest zijn.”

Sam las de ene brief na de andere. Celeste schreef over plekken die hij kende, maar dan in een heel andere tijd. Het was alsof hij via deze brieven het verleden was ingestapt en hij was er niet rouwig om dat hij nu leefde. Al die regels, dat keurslijf. Wat niet mag, en wat wel moet. Celeste schreef prachtig, heel beeldend en eerlijk. Hij bedacht zich dat, als hij toen had geleefd, ook het liefste die boerenzoon was geweest; Celeste's beste vriend. Iemand die haar had gekend zoals ze echt was. Hij pakte de op een na laatste brief en sneed hem open.

Augustus 1907,

Ik vind je bijzonder. Je bent met mij mee op reis gegaan, een reis die ik me niet had kunnen voorstellen toen ik dit schreef, maar wel gehoopt. Jij hebt in mijn voetstappen gelopen, je hebt de wereld door mijn ogen gezien, maar jij bent in het nu, terwijl dat voor mij een onbereikbare toekomst is. Ik wil je danken voor je aandacht. Mijn naam is gehoord, mijn woorden zijn gelezen, en mijn verhaal is nu aan jou bekend. Ik heb nog iets achtergelaten, en jij mag het hebben als je het wilt.”

Sam las het stukje nog eens. Ik, bijzonder? Huh? Dat is wel het laatste wat ik ben. Ik kan niks en ik ben niemand. Onmiddellijk voelde hij zich schuldig tegenover Celeste, want als zij hem bijzonder vond dan was het lelijk om te denken dat dat niet zo was omdat dat eigenlijk betekende dat hij vond dat Celeste loog, en dat was niet zo. Nou oké dan, dacht hij, soms ben ik bijzonder raar, dat is in ieder geval wel waar. Laat ik het daar maar op houden. Sam las verder:

Weet je nog dat ik vertelde over die prachtige oude beuk waar ik vaak onder zat te schrijven? Als laatste stukje van onze reis wil ik dat je daarheen gaat. Hem vinden is heel gemakkelijk, waarschijnlijk ben je er zelfs al eens geweest. Ken je het oude pad dat van het dorp naar het bos leidt? Bij het begin van dat pad staat een molen aan de beek. Wanneer je voorbij de molen loopt richting het bos ga je van het pad af naar rechts. Je zult door de heide de heuvel op moeten lopen. Wanneer je op de top van de heuvel bent kun je schuin achter je het dorp zien liggen, voor je staat de beuk op een tweede heuvel. Ik weet nog dat het me elke keer veel moeite kostte om daar te geraken en ik wist ook dat het me op een dag niet meer zou lukken. Bij de beuk heb ik iets voor je verborgen en ik hoop ten zeerste dat niemand je voor is geweest bij het ontdekken ervan. Waar het binnenste van de boom het licht ziet zul je ook mijn laatste woorden aan jou vinden.

Je Celeste”

Waar het binnenste van de boom het licht ziet? Wat betekent dat? Sam snapte het niet. Maar die plek die ken ik wel. Ik ben daar nog nooit geweest, maar op die eerste heuvel heb ik al wel eens gestaan. Hij herinnerde zich dat hij vroeger met zijn buurjongens vaak kattenkwaad uithaalde bij de molen. Voorbijgangers voor de gek houden door rare geluiden te maken vanuit de verlaten molen. Hij keek uit het raam; het was nog licht genoeg om naar de plek te gaan als hij tot de molen op de fiets zou gaan. Hij twijfelde geen moment, stak het dagboek in zijn rugzak, klom naar beneden en rende naar buiten.
'Waar ga je heen Sam?' riep zijn moeder vanaf het erf: 'Niet te laat terug zijn hoor, we eten over een uurtje.'
'Is goed mam, een uurtje moet lukken!' riep Sam terug. Hij sprong op zijn fiets en zette koers naar de molen. Daar aangekomen zette hij zijn fiets tegen het toegangshek van de molen. Hij liep niet de heide over, hij rende. Bovenop de eerste heuvel zag hij de plek die Celeste bedoelde. De boom kleurde al licht-oranje, een teken dat de herfst eraan kwam. Sam rende de heuvel af en de tweede heuvel op. Bovenop de tweede heuvel stond hij voor de enorme stam van de beukenboom uit te hijgen. Eigenlijk was het gek dat hij hier nog niet eerder was geweest. Het was zo'n mooie rustige plek met prachtig uitzicht. Hij bekeek de boom nog eens. Dus hier heeft Celeste gezeten, onder deze boom. Wat gek eigenlijk. Hij dacht aan de laatste woorden van Celeste: “Waar het binnenste van de boom het licht ziet zul je ook mijn laatste woorden aan jou vinden.” Het binnenste van de boom. Sam liep om de boom heen en keek naar de stam. Er zat een opening net boven reikhoogte, maar daar zat vast een beest in of zo. Bovendien had Celeste geschreven dat zij het zelf had verstopt en sinds ze ziek was geweest zou dat waarschijnlijk geen optie zijn geweest. Hij keek naar het begin van de stam bij de grond. Klimop kroop vanaf de grond omhoog. Dat duurt vast jaren voordat het begint te groeien, of niet? Sam zakte op zijn knieën en voelde achter de klimop. Er zat een holte! Sam's hart ging weer sneller kloppen. Hij haalde de klimop weg voor de opening en zag dat er een straaltje licht op de grond viel binnenin de boom, dat moest door dat andere gat komen! Dit was de plek die Celeste had omschreven. Hij stak zijn hand in het gat en voelde of er iets in zat. Op de grond voelde hij niets, maar toen hij zijn hand wat omhoog bracht voelde hij iets zachts. Hij probeerde het vast te pakken en trok het voorzichtig los. Toen hij zijn hand naar buiten haalde had hij een klein rechthoekig pakje vast, dat omwikkeld was met een lap leer bijeengebonden met een koord. Sam ging zitten op de plek waar Celeste waarschijnlijk ook had gezeten en haalde het koord los. Hij opende het pakje en zag tot zijn verbazing een klein boekwerk met een bewerkte leren omslag. De bladzijdes waren van dik geschept papier. Hij sloeg het boek open en zag een envelop zitten. Ook deze envelop was weer geadresseerd: “Aan jou.” Hij hield hem even in zijn handen. Ergens wilde hij deze envelop nog niet openmaken, want dat betekende het einde van dit verhaal. Hij zat met de brief in zijn hand en keek voor zich uit. De avond begon in te zetten, en nu de zon de horizon naderde, vielen er lange schaduwen over het landschap. Dit was wel het moment om de brief te lezen. Hier; op deze plek en op dit moment. Hij pakte zijn zakmes en sneed de brief open. Hij haalde hem uit de envelop en begon te lezen.

Augustus 1907

Je hebt mijn reis volbracht en de cirkel is nu rond. Hier, waar jij nu bent, heb ik mijn laatste woorden geschreven, deze woorden aan jou. Dit is ook de plek waar ik heb gezeten tot de zon onderging toen ik haar voor de laatste maal zag, dat weet ik gewoon. Mijn lichaam kon niet meer. Ik wilde zielsgraag leven, een toekomst hebben en een groot schrijfster worden. Die toekomst was niet mogelijk in mijn leven, maar nu heb jij mij die toekomst geschonken door mijn verhaal te lezen. Ik ben zelf dan wel geen groot schrijfster geworden door vele verhalen te schrijven, maar ik heb de hoop dat dit geschenk dat je in handen hebt, samen met mijn verhaal, jou zal inspireren om in jouw toekomst die droom tot jouw werkelijkheid te maken. Ik heb vertrouwen in je.


Vaarwel,

Je Celeste”

Sam slikte en voelde de tranen in zijn ogen springen. Celeste was bijzonder, en als ze had geleefd was ze zeker een groot schrijfster geworden, daar was Sam van overtuigd. Ze had zoveel passie gehad en toewijding, dat moest haast wel. Hij stopte de brief terug in de envelop en stopte hem weer in het boek. Hij bekeek de leren omslag nog eens. Hij was prachtig ingesneden met krullen en lussen. In het midden zag hij een tekst staan: “Scribens Vitae.” Sam zag dat de zon nu echt bijna onderging. Hij wikkelde het boek weer in de leren lap en rende terug naar zijn fiets. Hij moest wel op tijd thuis zijn.
‘Waar was je nou, Sam?’ riep zijn moeder kribbig: ’Het eten is al lang klaar.’
‘Oh, nergens speciaals, sorry,’ Sam voelde zich rood kleuren. Hij rende snel naar boven om het boek weg te stoppen voordat hij zijn handen gingen wassen om aan tafel te gaan. Dit wilde hij nog even geheim houden.
Tijdens het eten was Sam heel stil en had hij weinig trek, maar zijn ouders leken niets te merken. Sam kon niet wachten om van tafel te gaan en zodra ze klaar waren met eten sprintte hij dan ook naar de woonkamer. Hij pakte het woordenboek Latijn uit de kast en rende er mee naar zijn kamer. Hij bladerde tot hij vond waar hij naar zocht. Hij schreef het eerste vertaalde woord op een papiertje. Wat was nou dat tweede woord? Sam pakte het boek dat Celeste hem had gegeven. Ook het tweede woord vertaalde hij. Hij las hardop: “Schrijven is leven.” Sam had een brok in zijn keel. Dat was nou juist wat Celeste had gewild. Misschien... Sam ging op bed liggen en staarde naar het plafond.

Reacties

Populaire posts van deze blog

~

If dreams could be real
You'd live
We'd walk in the park, smiling
But spring's here again
And you're not

Een kaarsje branden

Ik brand vaak nog wel eens een kaarsje in een kerk als ik in het buitenland ben. Niet omdat ik gelovig ben, maar omdat het zo'n mooi symbolisch gebaar is: een herdenkingslichtje. De warmte van het terugdenken aan iemand die je dierbaar is en wie je bent kwijtgeraakt, het licht van de liefde die je samen hebt gedeeld, de geborgenheid, de kwetsbaarheid, maar ook de vergankelijkheid. Een kaarsje blijft ook niet eeuwig branden. Zelfs herinneringen vervagen met de tijd. Specifieke dingen: een geur, de kleur van een stem, dagelijkse dingen die we in het leven allemaal voor lief nemen... Wat wel blijft is de liefde en de pijn van het gemis. Het hart onthoudt zoveel meer dan het hoofd.

Met mijn hoofd stuur ik steeds weer mijn hand aan een kaarsje aan te steken voor mijn moeder Tine († 5 februari 1992), mijn opa Piet Greep († 3 november 1994) en oma Jo Greep († 2 februari 1995). Het kaarsje brandt ook voor andere dierbaren die helaas niet meer bij me zijn, maar zeker ook brandt het voor d…

How far would you go

how far would you walk with me my friend
all the way through the swamp of sadness
where despair seeps into your veins
leaving your limbs as heavy as stone
how far would you walk with me my friend
how far would you walk with me my friend
all the way over the mountains of dread
where the fear claws at your feet
and the paths are as treacherous as thieves
how far would you walk with me my friend
how far would you walk with me my friend
all the way through the valley of pain
where the roads are as sharp as razors
and the rivers run with blood
how far would you walk with me my friend
how far would you walk with me my friend
All the way to the ends of the earth
where the emptiness is as vast
as the hole in my heart
how far would you walk with me my friend
how far would you go