Doorgaan naar hoofdcontent

120WEDSTRIJD: MOSTERD

Door een lieve vriendin werd ik gewezen op de 120WEDSTRIJD: MOSTERD.

Het is bij deze wedstrijd de bedoeling dat je een pure dialoog schrijft met daarin het woord MOSTERD. Best lastig, maar heel erg leuk. Het is voor mij in ieder geval uitdagend, en een oefening in het out-of-the-box denken. 

Ik heb nog nooit pure dialogen geschreven, meestal komen daar allerlei andere zaken bij, zoals omschrijvingen, gedachten, gebeurtenissen. Het is de kunst bij een pure dialoog om toch de lezer mee te nemen in de situatie waarin de dialoog plaatsvindt, zonder al die andere zaken erbij te gebruiken. 

Wat vaagheden erin kan zorgen voor spanning, of nieuwsgierigheid. Zelf ben ik erg van de humor; flauwe humor zelfs.

De dialogen die ik tot nu toe heb ingezonden zijn de volgende:
En dan is er nog een heel leuke (al zeg ik het zelf) dialoog door een beetje vreemd (maar wel lekker) co-schrijverschap; alledrie de schrijvers even prettig gestoord (al zeg ik ook dat weer zelf): De mostâhdventâh.


Reacties

Populaire posts van deze blog

~

If dreams could be real
You'd live
We'd walk in the park, smiling
But spring's here again
And you're not

How far would you go

how far would you walk with me my friend
all the way through the swamp of sadness
where despair seeps into your veins
leaving your limbs as heavy as stone
how far would you walk with me my friend
how far would you walk with me my friend
all the way over the mountains of dread
where the fear claws at your feet
and the paths are as treacherous as thieves
how far would you walk with me my friend
how far would you walk with me my friend
all the way through the valley of pain
where the roads are as sharp as razors
and the rivers run with blood
how far would you walk with me my friend
how far would you walk with me my friend
All the way to the ends of the earth
where the emptiness is as vast
as the hole in my heart
how far would you walk with me my friend
how far would you go

Een kaarsje branden

Ik brand vaak nog wel eens een kaarsje in een kerk als ik in het buitenland ben. Niet omdat ik gelovig ben, maar omdat het zo'n mooi symbolisch gebaar is: een herdenkingslichtje. De warmte van het terugdenken aan iemand die je dierbaar is en wie je bent kwijtgeraakt, het licht van de liefde die je samen hebt gedeeld, de geborgenheid, de kwetsbaarheid, maar ook de vergankelijkheid. Een kaarsje blijft ook niet eeuwig branden. Zelfs herinneringen vervagen met de tijd. Specifieke dingen: een geur, de kleur van een stem, dagelijkse dingen die we in het leven allemaal voor lief nemen... Wat wel blijft is de liefde en de pijn van het gemis. Het hart onthoudt zoveel meer dan het hoofd.

Met mijn hoofd stuur ik steeds weer mijn hand aan een kaarsje aan te steken voor mijn moeder Tine († 5 februari 1992), mijn opa Piet Greep († 3 november 1994) en oma Jo Greep († 2 februari 1995). Het kaarsje brandt ook voor andere dierbaren die helaas niet meer bij me zijn, maar zeker ook brandt het voor d…