Doorgaan naar hoofdcontent

De 'buurman'van drie deuren verder - update



Even een samengevoegd, chronologisch stukje verhaal. Zelfs nog zonder dat "de 'buurman' van drie deuren" zelf überhaupt in het spel is. ;-)  Maar nu moet ik eigenlijk besluiten of ik hier wel stukjes neer ga zetten of het gewoon offline verder ga schrijven het deel met zichzelf aanbiedende proeflezers. Ik neig naar het laatste...




De 'buurman' van drie deuren verder


Nattigheid. Dat is het. Ik voel nattigheid, en dat heeft niets te maken met het feit dat het regent en dat mijn kleren doorweekt zijn. Mijn fronsrimpel verstevigt zich op mijn voorhoofd. Ik kan er de vinger niet op leggen en vraag me af waar dit gevoel vandaan komt. Het komt toch niet zomaar uit de lucht vallen zoals de regen van vandaag? Ik zet mijn fiets in de stalling en loop naar de ingang van de entreehal. Rennen heeft geen zin als het regent, vooral niet als je toch al doorweekt bent. Als ik dit nare gevoel niet had zou ik zelfs fluitend door de regen hebben gefietst, of al zingend: "I'm singing in the rain, just singing in the rain..." Ik druk op de bel en doe mijn best een grijns te forceren in de minicamera van de intercom.
    'Hey Viv, kom naar boven,' klinkt het metalige antwoord. De deur zoemt en gaat van het slot. Ik loop naar binnen en neem de lift naar de zevende etage. Nog voor ik bij de voordeur ben, gaat deze open en verschijnt het hoofd van mijn zus. 'Kom snel binnen, wat een hondeweer zeg!'
    'Nou, die honden komen anders ook niet graag buiten in dit weer,' grap ik ironisch. Ik sta druipend in de gang terwijl mijn zus me begint te ontdoen van mijn natte jas. Ze kijkt me aan en begint te lachen. 
    'Ik denk dat je gelijk hebt wat betreft die honden, jij lijkt nu nog het meest op een verzopen kat.' Ze loopt naar de badkamer en komt terug met een grote handdoek. 'Hier, droog dat natte hoofd van je. Doe je schoenen ook maar uit, daar stop ik wel wat kranten in. En... ' ze kijkt me van top tot teen aan, 'weet je, trek die hele natte klerezooi maar uit, ik heb nog wel iets in de kast waar jij met je lange lijf ook fatsoenlijk in past.' Onmiddelijk verdwijnt ze de slaapkamer in. Ik rol met mijn ogen om de opmerking "je lange lijf" en begeef me naar de badkamer, een nat spoor achterlatend op het laminaat.
    Tot op mijn ondergoed uitgekleed sta ik te wachten in de kleine badkamer. Ik kijk in de spiegel en zie dat mijn mascara tot aan mijn mondhoeken is uitgelopen. Prachtig. Ik doe de lade onder de wastafel open, vind wattenschijfjes en lotion, en maak mijn panda-look ongedaan. Daarna kam ik mijn haar en kan ik mezelf weer toonbaar verklaren, op het missen van kleding na. Dan hoor ik bel. Mijn zus gaat naar de voordeur om hem open te doen, terwijl ik hier nog steeds in mijn ondergoed sta.
    'Hé Sascha! Mag ik even binnenkomen?'
    Ik ken die stem. Dat kan er ook nog wel bij. Ik steek mijn hoofd om de badkamerdeur heen en probeer de aandacht van mijn zus te trekken. Die heeft echter even geen oog voor mij, maar enkel voor de manspersoon die in de deuropening staat, die op zijn beurt juist mij weer in het oog heeft gekregen. Ik kreun.
    'Viviènne , jij hier? Wat een mazzel heb ik!' klinkt het net iets te enthousiast naar mijn idee. Snel trek ik me fysiek en mentaal in de badkamer terug. Als Sascha hem maar niet binnenlaat, alstjeblieft.
    'Natuurlijk, kom binnen Emil. Hoe heb je de portiekdeur weten te omzeilen?' hoor ik haar vragen. Omdat hij een glibberige aal is, denk ik vals, een smerige slang. Ik kijk mezelf aan in de spiegel en vloek inwendig. Sta ik hier, in mijn ondergoed, in de badkamer van mijn zus, terwijl zij aardig staat te zijn tegen die gore lul. Ik hoor hem een smoes ophangen dat iemand toevallig de deur voor hem openhield, terwijl ik bijna zeker weet dat hij heeft staat wachten en achter iemand aan naar binnen is geschoten.
    Wanneer er niet veel later op de badkamerdeur geklopt wordt doe ik heel voorzichtig de deur op een kier. Mijn zus staat met een bundeltje kleren te wachten en geeft ze mij aan.
    'Waarom laat je hem binnen!' sis ik.
    'Hoezo dan?' antwoordt ze verbaasd. 
   'Hoezo?! Jezus, Sascha... Ik heb je toch gewaarschuwd voor die gast, of ben je dat alweer vergeten!' 
    'O Viv, doe toch niet zo dramatisch. Het lijkt mij een leuke jongen.' Mijn zus draait zich om en loopt naar de woonkamer toe, recht op dat roofdier af. Binnensmonds vloekend, kleed ik me aan. De broek en het shirt zijn wat lengte betreft eigenlijk een maat te klein zodat ik me net een zwerver voel. Was ik maar thuisgebleven.

In de woonkamer zie dat Emil, ogenschijnlijk gezellig keuvelend, op de bank zit met Sascha. Maar wanneer hij mij binnen hoort komen en mij aankijkt, zie ik de kille, calculerende blik die ik zo goed heb leren kennen. De rillingen lopen over mijn rug. Ik moet Sascha duidelijk maken dat ze bij hem uit de buurt moet blijven, maar ik durf haar niet alles te vertellen. Emil kan zo charmant doen, dat hij bijna iedereen om de tuin kan leiden. Dat was hem bij mij ook gelukt. Ondanks mijn angst weet ik dat hij over mijn lijk zal moeten gaan om zijn klauwen in Sascha te kunnen zetten.





Reacties

Populaire posts van deze blog

~

If dreams could be real
You'd live
We'd walk in the park, smiling
But spring's here again
And you're not

Een kaarsje branden

Ik brand vaak nog wel eens een kaarsje in een kerk als ik in het buitenland ben. Niet omdat ik gelovig ben, maar omdat het zo'n mooi symbolisch gebaar is: een herdenkingslichtje. De warmte van het terugdenken aan iemand die je dierbaar is en wie je bent kwijtgeraakt, het licht van de liefde die je samen hebt gedeeld, de geborgenheid, de kwetsbaarheid, maar ook de vergankelijkheid. Een kaarsje blijft ook niet eeuwig branden. Zelfs herinneringen vervagen met de tijd. Specifieke dingen: een geur, de kleur van een stem, dagelijkse dingen die we in het leven allemaal voor lief nemen... Wat wel blijft is de liefde en de pijn van het gemis. Het hart onthoudt zoveel meer dan het hoofd.

Met mijn hoofd stuur ik steeds weer mijn hand aan een kaarsje aan te steken voor mijn moeder Tine († 5 februari 1992), mijn opa Piet Greep († 3 november 1994) en oma Jo Greep († 2 februari 1995). Het kaarsje brandt ook voor andere dierbaren die helaas niet meer bij me zijn, maar zeker ook brandt het voor d…

How far would you go

how far would you walk with me my friend
all the way through the swamp of sadness
where despair seeps into your veins
leaving your limbs as heavy as stone
how far would you walk with me my friend
how far would you walk with me my friend
all the way over the mountains of dread
where the fear claws at your feet
and the paths are as treacherous as thieves
how far would you walk with me my friend
how far would you walk with me my friend
all the way through the valley of pain
where the roads are as sharp as razors
and the rivers run with blood
how far would you walk with me my friend
how far would you walk with me my friend
All the way to the ends of the earth
where the emptiness is as vast
as the hole in my heart
how far would you walk with me my friend
how far would you go