Doorgaan naar hoofdcontent

Morgen voel ik me beter

Vandaag keek ik, zomaar ineens achterom.
Er liep niemand achter mij.
Ik zag geen mens, en jij was er ook niet.
 
De tegels waarop ik liep, waren blauw.
Ze deden me denken aan kleine olifantjes,
die met hun grote oren rondvliegen in een circus,
waar jij vast in het publiek hebt gezeten.

De grote glazen draaideur van het hotel
draait, en draait, en draait, en draait.
Ik word misselijk en groen - heel erg groen
en heel erg misselijk.
Ik spuug.
Jij komt uit mij als kleine stukjes herinnering,
kapot en half verteerd.

Ik heb je verheerlijkt,
en hoe verder je van mij verwijderd was in afstand en in tijd,
hoe liever ik je had.
Ik kon leven van alleen al de gedachte aan jou.
Maar je was als een infectie -
afhankelijk werd ik, en ziek.

De portier komt glimlachend op me af,
maar het lachen vergaat hem al snel als jij jou op de vloer aantreft.
Sorry portier.
Sorry vloer.

Ik wil een inenting,
een vaccinatie.
Ik heb antistoffen nodig.
Nu!

Zo - ik ben klaar.
Laat de dokter nu maar komen.
Één spuit, twee pillen, drie weesgegroetjes,
én een verhaaltje voor het slapen gaan.

Zonder jou.

Reacties

Mey zei…
Dat moet je aan de dokter vragen. Ik pleit onschuldig. ;-)

Populaire posts van deze blog

~

If dreams could be real
You'd live
We'd walk in the park, smiling
But spring's here again
And you're not

How far would you go

how far would you walk with me my friend
all the way through the swamp of sadness
where despair seeps into your veins
leaving your limbs as heavy as stone
how far would you walk with me my friend
how far would you walk with me my friend
all the way over the mountains of dread
where the fear claws at your feet
and the paths are as treacherous as thieves
how far would you walk with me my friend
how far would you walk with me my friend
all the way through the valley of pain
where the roads are as sharp as razors
and the rivers run with blood
how far would you walk with me my friend
how far would you walk with me my friend
All the way to the ends of the earth
where the emptiness is as vast
as the hole in my heart
how far would you walk with me my friend
how far would you go

Een kaarsje branden

Ik brand vaak nog wel eens een kaarsje in een kerk als ik in het buitenland ben. Niet omdat ik gelovig ben, maar omdat het zo'n mooi symbolisch gebaar is: een herdenkingslichtje. De warmte van het terugdenken aan iemand die je dierbaar is en wie je bent kwijtgeraakt, het licht van de liefde die je samen hebt gedeeld, de geborgenheid, de kwetsbaarheid, maar ook de vergankelijkheid. Een kaarsje blijft ook niet eeuwig branden. Zelfs herinneringen vervagen met de tijd. Specifieke dingen: een geur, de kleur van een stem, dagelijkse dingen die we in het leven allemaal voor lief nemen... Wat wel blijft is de liefde en de pijn van het gemis. Het hart onthoudt zoveel meer dan het hoofd.

Met mijn hoofd stuur ik steeds weer mijn hand aan een kaarsje aan te steken voor mijn moeder Tine († 5 februari 1992), mijn opa Piet Greep († 3 november 1994) en oma Jo Greep († 2 februari 1995). Het kaarsje brandt ook voor andere dierbaren die helaas niet meer bij me zijn, maar zeker ook brandt het voor d…