Doorgaan naar hoofdcontent

Weerbaar


Ze ademt diep in en telt tot tien, nee, honderd. Het helpt niet. Ze is furieus en voelt zich geladen van haar tenen tot in haar kruin. Als ze haar ogen open zou doen om ze op hem te richten zouden ze schitteren van woede, maar ze zouden ook haar angst verraden. Ze voelt dat hij daar nog staat, nonchalant, wachtend op haar reactie. Ze kan zich zijn geamuseerde blik voorstellen en het maakt haar nog woedender. Hoe kan het dat hij er zo'n plezier uithaalt haar te tergen, wetende dat ze in zichzelf keert en niets zal ondernemen om hem te stoppen? Wat heeft ze hem ooit misdaan? Het raakt een diepgelegen pijn en de tranen springen in haar ogen. Ze WIL niet huilen. Niet nu, niet meer. Ze is niet meer dat weerloze, kleine meisje. Haar vuisten zijn gebald, de nagels in het vlees van haar hand geboord.

'En, ga je nog iets zeggen... zusje van me?'



Alleen zijn stem al zorgt ervoor dat de rillingen over haar rug lopen. Het zijn niet eens de woorden die hij zegt, maar de intonatie ervan. Kleinerend. Ze doet haar ogen open maar vermijdt hem aan te kijken. Met haar tanden op elkaar geklemd blijft ze onbeweeglijk staan, haar armen strak langs haar lichaam. Vroeger kruistte ze haar armen voor haar borst, alsof dat haar kon beschermen. Ze voelt zich nog net zo kwetsbaar, maar tegelijkertijd ook sterker. Ze weet nu dat hij opleeft van haar angst en haar stilzwijgen en ze beseft wat ze moet doen om dit te stoppen, om niet langer zijn speelbal te zijn. Hij doet een stap dichterbij en staat nu op een armlengte afstand en strekt zijn hand naar haar uit.

'Raak me niet aan,' sist ze met onvervalste venijn in haar stem.

Hij lijkt van zijn stuk gebracht en ze voelt dit als een kleine overwinning. Zijn hand hangt momenteel bevroren in de lucht.

'Wát zeg je?'

Hij klinkt zowel verbaasd als woedend. Ze richt haar ogen naar hem op en kijkt hem nu recht aan. Zijn ogen branden intimiderend in die van haar, maar zijn gezicht verraad zijn verwarring. Hij doet nog een dreigende stap dichterbij, richt zijn wijsvinger op haar en duwt die zachtjes in haar borst.

'Mag ik je niet meer aanraken?' vraagt hij schamper.

Ze ziet zijn gezicht weer in de plooi schieten omdat hij de macht over haar lijkt te hebben herwonnen. Met zijn hand strijkt hij over haar linkerborst. Het is nu of nooit, voelt ze. De adrenaline giert door haar lichaam en in een flits heeft ze haar rechtervuist naar boven gestoten en raakt hem vol onder zijn kin. Onmiddelijk stoot ze met haar linkervuist in zijn buik. Hij valt achteruit op de grond, zijn gezicht verwrongen van pijn en afschuw. Ze voelt zich gesterkt nu, ze is niet meer weerloos, niet meer.

'Inderdaad,' fluistert ze naar hem, haar toon dreigend: 'Raak me niet aan. Nooit meer.'

Ze draait zich om en laat hem, zichtbaar in stukken gebroken, achter. 


Reacties

Anna zei…
Schrijven over de donkerste kantjes van de mens... het is niet iedereen gegeven. Heel goed neergezet!

Populaire posts van deze blog

~

If dreams could be real
You'd live
We'd walk in the park, smiling
But spring's here again
And you're not

Een kaarsje branden

Ik brand vaak nog wel eens een kaarsje in een kerk als ik in het buitenland ben. Niet omdat ik gelovig ben, maar omdat het zo'n mooi symbolisch gebaar is: een herdenkingslichtje. De warmte van het terugdenken aan iemand die je dierbaar is en wie je bent kwijtgeraakt, het licht van de liefde die je samen hebt gedeeld, de geborgenheid, de kwetsbaarheid, maar ook de vergankelijkheid. Een kaarsje blijft ook niet eeuwig branden. Zelfs herinneringen vervagen met de tijd. Specifieke dingen: een geur, de kleur van een stem, dagelijkse dingen die we in het leven allemaal voor lief nemen... Wat wel blijft is de liefde en de pijn van het gemis. Het hart onthoudt zoveel meer dan het hoofd.

Met mijn hoofd stuur ik steeds weer mijn hand aan een kaarsje aan te steken voor mijn moeder Tine († 5 februari 1992), mijn opa Piet Greep († 3 november 1994) en oma Jo Greep († 2 februari 1995). Het kaarsje brandt ook voor andere dierbaren die helaas niet meer bij me zijn, maar zeker ook brandt het voor d…

How far would you go

how far would you walk with me my friend
all the way through the swamp of sadness
where despair seeps into your veins
leaving your limbs as heavy as stone
how far would you walk with me my friend
how far would you walk with me my friend
all the way over the mountains of dread
where the fear claws at your feet
and the paths are as treacherous as thieves
how far would you walk with me my friend
how far would you walk with me my friend
all the way through the valley of pain
where the roads are as sharp as razors
and the rivers run with blood
how far would you walk with me my friend
how far would you walk with me my friend
All the way to the ends of the earth
where the emptiness is as vast
as the hole in my heart
how far would you walk with me my friend
how far would you go