Doorgaan naar hoofdcontent

AVRO Opium verhalenwedstrijd 2014


Een paar weken terug heb ik een verhaal ingestuurd voor de Opium Verhalenwedstrijd van de AVRO met als thema De Ontmoeting. Helaas zit mijn verhaal niet bij de geslectreede tien uit 2500. Wel kreeg ik vandaag een geweldige uitnodiging van AVRO Opium televisie om morgenavond als gast de uitzending bij te wonen waarin de overall winaar bekend wordt gemaakt. Met een hapje en drankje ook nog. Helaas heb ik al een heel andere verrassing op mijn bord gekregen waardoor ik niet kan, anders had ik het zeker gedaan! 

Nu het weer een vrij verhaal is, deel ik mijn inzending hier op mijn blog. Veel leesplezier!




Oude vrienden

Het kleine bootje waarop ik zit vaart met een redelijk tempo naar mijn onderkomen van de komende paar dagen, een onbewoond eilandje voor de oostkust van Australiƫ. Met mij vaart ook een Japanner mee. Misschien vind ik het bij nader inzien wel prettig dat ik niet helemaal alleen zal zijn. Toen ik deze onderneming boekte, wilde ik helemaal solo gaan. Een paar dagen weg van alles en iedereen. Niemand die wat tegen me zou kunnen zeggen. Rust in ultima forma. Maar nu ik zo op de boot zit met deze Japanner die nog geen woord geuit heeft hoop ik er het beste van, een zwijgzaam gezelschap.
      Op het witte strand afgezet sjouw ik mijn spullen naar een door bomen overdekt plekje met uitzicht op de zee. Ik leg mijn swag neer op het zand, plaats de enorme waterzak in de schaduw en hang mijn rugzak in een van de bomen. De Japanner is een stukje verderop gaan staan, iets dichter bij het enige bouwwerk op dit eiland, een wc-hok van hout waarin zich vast zo'n composttoilet bevindt. Ik besluit eerst de rest van het eiland te gaan verkennen.

Bij terugkomst van mijn ontdekkingstocht zie ik dat het kamp van de Japanner ook klaar is. Er staat een keurig tentje met een compact zitje, de Japanner zelf is afwezig. Mijn oog valt nu op een kampvuurplek die tussen onze slaapplaatsen in ligt. Ik loop naar het strand en begin aangespoeld hout te verzamelen dat al in de hete zon gedroogd is. Ik leg het hout bij de vuurplek neer en begeef me weer naar het strand waar ik in het zand ga zitten, mijn ogen gericht op de horizon en aan niets proberend te denken.
      Bij het invallen van de schemer merk ik dat de Japanner ook weer is terug gekomen. Ik sta op en loop naar de vuurplek toe om het kampvuur op te bouwen. Wanneer de duisternis echt inzet brand het vuurtje al lekker en maak ik een simpele eenpansmaaltijd klaar. De Japanner zit in het licht van een felle lamp zijn maaltje te nuttigen. Na het eten pak ik mijn gitaar en begin zacht te spelen. Ik heb geen behoefte aan het geluid van mijn eigen stem en houd het op het maken van instrumentale muziek. Ineens staat de Japanner bij me in de buurt. Hij gebaart of hij ook bij het vuur mag komen zitten. Enigzins verbaasd door deze toenadering gebaar ik dat hij plaats kan nemen. Ik speel verder terwijl de Japanner zwijgend luistert. Na nog een nummer verrast hij me nogmaals door te gebaren dat hij ook op mijn gitaar wil spelen. Ik stem toe en zo luister ik op mijn beurt in alle rust naar zijn gitaarspel. Om beurt spelen we op de gitaar en alsof we geen vreemden zijn, delen we onze diepste emoties zonder gesproken taal. In onze muziek ontmoeten elkaar als oude vrienden. Dit is het beste gezelschap dat ik me had kunnen wensen. 
 

Reacties

Anna zei…
Zo mooi, wat jammer dat je verhaal het niet haalde :-)
Mey zei…
Wat fijn om te horen! Ik vond het ook een mooi verhaal om te schrijven.

Beetje van mezelf en een beetje van uit mijn verbeelding. Het eiland is echt, maar ik was niet alleen en de Japanner was/waren drie Italianen. ;-)

Populaire posts van deze blog

~

If dreams could be real
You'd live
We'd walk in the park, smiling
But spring's here again
And you're not

How far would you go

how far would you walk with me my friend
all the way through the swamp of sadness
where despair seeps into your veins
leaving your limbs as heavy as stone
how far would you walk with me my friend
how far would you walk with me my friend
all the way over the mountains of dread
where the fear claws at your feet
and the paths are as treacherous as thieves
how far would you walk with me my friend
how far would you walk with me my friend
all the way through the valley of pain
where the roads are as sharp as razors
and the rivers run with blood
how far would you walk with me my friend
how far would you walk with me my friend
All the way to the ends of the earth
where the emptiness is as vast
as the hole in my heart
how far would you walk with me my friend
how far would you go

Een kaarsje branden

Ik brand vaak nog wel eens een kaarsje in een kerk als ik in het buitenland ben. Niet omdat ik gelovig ben, maar omdat het zo'n mooi symbolisch gebaar is: een herdenkingslichtje. De warmte van het terugdenken aan iemand die je dierbaar is en wie je bent kwijtgeraakt, het licht van de liefde die je samen hebt gedeeld, de geborgenheid, de kwetsbaarheid, maar ook de vergankelijkheid. Een kaarsje blijft ook niet eeuwig branden. Zelfs herinneringen vervagen met de tijd. Specifieke dingen: een geur, de kleur van een stem, dagelijkse dingen die we in het leven allemaal voor lief nemen... Wat wel blijft is de liefde en de pijn van het gemis. Het hart onthoudt zoveel meer dan het hoofd.

Met mijn hoofd stuur ik steeds weer mijn hand aan een kaarsje aan te steken voor mijn moeder Tine († 5 februari 1992), mijn opa Piet Greep († 3 november 1994) en oma Jo Greep († 2 februari 1995). Het kaarsje brandt ook voor andere dierbaren die helaas niet meer bij me zijn, maar zeker ook brandt het voor d…