Doorgaan naar hoofdcontent

Later als ik groot ben...




"Mama, mama, kijk, een fladder!" "Een vlinder Mirre, dat heet een vlinder", antwoord de moeder. Maar het kleine meisje hoort niet eens wat haar moeder zegt. Ze kijkt vol verwondering naar de prachtige vlinder. Haar moeder glimlacht en kijkt liefdevol naar haar kleine dochter. Een echt vlinderkind; fladderend, vrolijk, frivool en vrij... Kon ze altijd maar zo blijven. Onbeschaamd, eerlijk en onaangeraakt. Vol met idealen en grote toekomstdromen en volop levend in het nu naar de toekomst toe. Alle zorgen van de wereld voor heel veel later.

Dat later, dat is nu. De dromen zijn gedroomd geweest en de idealen al lang geen idealen meer. De moeder dood en het vlinderkind uitgefladderd. De vleugels lamgeslagen door het leven zoals het is gekomen. Heden.

Ze draait zich om en kijkt de gang in. De zware, dikke gordijnen laten via mottengaten enkele straaltjes zonlicht door welke als dansende vlekjes op het houtwerk vallen. Stof dwarrelt rond. Als kind speelde ze hier graag. Het rook er toen naar boenwas en oude boeken. De boekenkasten op de gang waren gevuld met de meest wonderlijke verhalen over prinsessen, feeën, dwergen; allerlei magische wezens die de mooiste en meest spannende avonturen beleefden. Haar moeder had haar vaak aangetroffen in een hoekje met een van die boeken in haar handjes en een laken over haar hoofd, wegdromend in de wereld van verhalen. 
   "Waar is mijn Mirre nu gebleven?", vroeg haar moeder dan altijd lachend en tilde het laken een klein stukje omhoog: "Wat zit hier verborgen? Een gnoompje?" 
   Ze glimlachte nu bij die warme herinnering. Ze had dan steevast en uiterst serieus geantwoord: "Nee mama, ik ben een fee! Mijn vleugels moeten nog groeien, maar later als ik groot ben...dan word ik een echte fee!"
 

Een fee. Als een vlinder zijn. In een kinderhoofd een prachtige toekomstdroom. Kunnen vliegen tot aan de hemel. Maar die droom vervloog nadat haar moeder stierf. Ze was pas zeven jaar oud toen dat gebeurde. Nog ziet ze hoe haar moeder haar laatste adem neemt. De borstkas die daarna stil bleef. Het tere lichaam inmiddels onbewoond. Onbewoonbaar verklaard. Haar vader had gezegd dat haar moeder nu in de hemel was en dat ze op hen neerkeek en over hen waken zou. De hemel!, had ze gedacht. Met mijn vleugels kan ik vliegen tot aan de hemel! Dan kan ik bij mama op bezoek! Maar ze had nog geen vleugels gekregen, niet zoals de feeën in de mooie boeken die ze samen met haar moeder had gelezen. De dagen verstreken en ongeduld maakte langzaam plaats voor teleurstelling. Ze had nog steeds geen vleugels gekregen. Nog wat later maakte de teleurstelling plaats voor boosheid, de boosheid voor verdriet, het verdriet voor wanhoop, en tot slot maakte de wanhoop plaats voor een leegte in haar hart. Ze kreeg geen vleugels. Ze kon niet vliegen tot aan de hemel. Ze kon nooit meer haar moeder zien en verhalen met haar lezen. Nooit meer samen zijn.
 

Tergend langzaam, maar tevens veel te snel, was ze volwassen geworden. Ze had geen vleugels gekregen. Verhalen lezen uit de mooie boeken die in de gangkast stonden had ze ook niet meer gedaan. Dat te doen voelde namelijk als een verraad naar haar moeder toe. Dat was iets van hen samen. Dromen over kunnen vliegen naar de hemel hadden plaats gemaakt voor een uithollende gedachte dat ze gefaald had. Ze was volwassen geworden maar nooit volgroeid. De leegte in haar hart schreeuwde om opgevuld te worden. Die leegte werd pijnlijk gereflecteerd in de stoffige donkere gang op de bovenetage, de gang die liep naar de kamer waar haar moeder was gestorven. Ze hadden die bovenetage afgesloten na de dood van haar moeder. Haar vader en zij hadden beneden verder geleefd. Meer overleefd eigenlijk.
 

Nu er vele jaren waren verstreken had ze haar eerste voorzichtige stappen gezet in het opgespaarde stof op de houten vloer. Ze twijfelde. Wat kon ze hier vinden buiten oud verdriet? Het verleden is verleden, hoorde ze mensen vaak zeggen. Dat moet je niet tegemoet lopen. Al die voorbije jaren had ze vanuit die overtuiging de andere kant opgekeken. Daar had ze echter ook niets gevonden. Geen toekomst, geen warmte, geen opvulling van de leegte, zelfs geen verdriet. Het leek allemaal zorgvuldig weggestopt op de bovenste etage. Ze voelde dat ze wel moest en haar twijfel maakte wat plaats voor een nieuw soort overtuiging. Ze wilde niet langer blind overleven, maar op zoek naar iets. Of het nu een warme herinnering was, een droom of een regelrechte nachtmerrie.
 

De oude vloerdelen kraakten onder haar voetstappen. De geur van boenwas hing nog vaag in de lucht. Die geur raakte weer de fijne herinneringen aan. Ze liep langzaam naar de boekenkast. Met zorg verwijderde ze het spinrag dat als een vreemd soort deur de boeken had afgeschermd van een mogelijke aanval van vraatzuchtige insecten. Ook in de schemer vonden haar handen zonder moeite de oude boekruggen die ze lief had gehad, ze streelde ze. Onaangetaste dromen op papier. Haar oude idealen. Hier stonden ze. Niet netjes op een rij, maar geheel zoals ze vroeger waren. Geduldig hadden ze op haar gewacht. Ze voelde nu hoe wanhopig ze op zoek was geweest naar dat wat in werkelijkheid zo dichtbij was geweest. Het verdriet kwam opwellen en was niet meer te stoppen. Tranen rolden als dikke druppels over haar wangen naar beneden, een bijna kinderlijk verdriet. Ze voelde boosheid in haar opvlammen. Het was niet eerlijk dat haar moeder zo vroeg dood was gegaan! Het was niet eerlijk dat ze geen vleugels had gekregen en dat ze daardoor niet kon vliegen. Het was niet eerlijk dat ze daardoor niet in de hemel op bezoek had kunnen gaan. Het gekrenkte kind in haar stampvoette. Het was gewoon niet eerlijk! Al de weggestopte emoties kwamen als een golf naar boven. De angst en afkeer die ze had gehad voor het doorleven van alle weggestopte pijn maakte echter plaats voor berusting. Ze had het al tot zover overleefd. Ze kon dit aan.
 

Ze zuchtte diep. Liet haar vinger over de boektitels glijden, op zoek naar die ene droom. Een dik oud boek met een bordeauxrode, linnen rug. Daarop met gouden sierlijke letters de titel waar ze naar zocht. Ze nam het boek uit de kast. In haar herinnering was het veel zwaarder geweest. Maar toen was zij ook zoveel kleiner. Ze keek rond en zag in de verre hoek van de gang het laken liggen. Haar verstoplaken. Het wegdroom-in-de-magische-boekenwereld-laken. Ze voelde het kriebelen in haar buik, was dit plezier? Ze nestelde zich in de hoek en verborg zich met het boek onder het stoffige laken. Het deerde haar niet. Ze sloeg het boek open. Met blauwe inkt was erin geschreven: "Voor Mirre, voor je zesde verjaardag. Dat we nog heel lang samen mogen wegdromen in prachtige sprookjes. Alle liefs, je mama". 
   Meestal eindigden sprookjes met, En ze leefden nog lang en gelukkig. Bij hen was dat niet zo geweest. Niet lang en ook niet gelukkig. Ze voelde weer pijn. Ze bladerde door het vergeelde boek. Alle verhalen kon ze nog steeds dromen. Geen letter hoefde ze nog te lezen. Bij de laatste pagina schoof er een briefje uit het boek wat in haar schoot viel. Verbaasd pakte ze het op. Ze herinnerde zich geen briefje. Met grote ogen keek ze naar het bekende handschrift. Haar adem stokte in haar keel en ze schoot vol. Dit droomde ze, dit kon niet echt zijn. Ze las het schrijven als was ze weer zeven jaar oud.       "Mijn liefste Mirre. Mijn vlinderkind. Om een fee te zijn hoef je geen vleugels te hebben. Niet op je rug in ieder geval. Jij hebt vleugels in je hoofd, in je grote dromen. Je kunt daarmee bereiken wat en wie je maar wilt. Vergeet dus niet te dromen. Ik droom altijd met je mee, wat er ook gebeurd. Geloof in je dromen, Mirre. Je bent een prachtige fee. Je trotse mama." 
   Op dat moment voelde ze het gebeuren; de leegte in haar was geen leegte meer. Hier had ze naar gezocht. Ze had haar moeder hervonden in datgene wat ze hadden gedeeld, in geschreven woorden over dromen. Haar moeder was nooit helemaal weggeweest. Zacht herhaalde ze de laatste woorden: "Geloof in je dromen, Mirre. Je bent een prachtige fee".

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Boeklancering 23x Zwart Licht

Over een maandje zal de verhalenbundel 23x Zwart Licht gelanceerd worden. Ik ben trots dat voor de derde maal een verhaal van mij gepubliceerd wordt via Godijn Publishing.

Mijn verhaal heet 'Engelenstem'. Een klein voorproefje om jullie interesse te wekken:


"Blanco. Ze staarde wezenloos voor zich uit. Alles was blanco. Ze had het gevoel niet echt te zijn. Even deed ze haar ogen dicht en probeerde ze zich te concentreren op haar lichaam. Ze werd zich gewaar van haar hartslag en ademhaling; ze moest wel echt zijn. Ze opende haar ogen en keek omhoog naar de strakblauwe lucht, die leek ook echt. Ze richtte haar blik vooruit en zag de zee. Het wateroppervlak was rustig, de golven kabbelden. In de verte voer een vrachtschip waarvan het leek alsof hij stillag. Ze werd zich ervan bewust dat ze in de vloedlijn stond en dat haar sneakers nat waren geworden, toch bleef ze staan. In haar rechterhand hield ze iets vast: een scherp toelopende metalen pin. Het zat onder het bloed, net als…

How far would you go

how far would you walk with me my friend
all the way through the swamp of sadness
where despair seeps into your veins
leaving your limbs as heavy as stone
how far would you walk with me my friend
how far would you walk with me my friend
all the way over the mountains of dread
where the fear claws at your feet
and the paths are as treacherous as thieves
how far would you walk with me my friend
how far would you walk with me my friend
all the way through the valley of pain
where the roads are as sharp as razors
and the rivers run with blood
how far would you walk with me my friend
how far would you walk with me my friend
All the way to the ends of the earth
where the emptiness is as vast
as the hole in my heart
how far would you walk with me my friend
how far would you go

Dagvlinder

In het gras zittend, staarde ik naar het water in de grote vijver. Het was een prachtige, warme voorjaarsdag en daardoor druk in het park. 'Papa, kijk nou!' Met een pruillip stond ze ineens voor me, mijn kleine engel. Haar armpjes over elkaar heengeslagen. Ongewild moest ik er om lachen, wat natuurlijk als olie op het vuur was. 'Jij bent stom!' riep ze boos, waarna ze haar tong naar me uitstak. Ze wilde zich omdraaien en weglopen, maar voor ze de kans kreeg had ik haar al opgetild en zwaaide ik haar de lucht in. Onmiddellijk schaterde ze het uit, een geluid waar ik geen genoeg van kon krijgen. Toen ik haar weer op de grond zette, vloog ze me om de nek waardoor we allebei achterover in het gras vielen. Ik deed mijn best om serieus te kijken en zei: 'Daar staat de kieteldood op, jongedame.' Emmi begon opnieuw te schateren, al voordat ik haar kietelde.
Niet lang daarna zijn we op Emmi's verjaardag naar Burgers' Zoo geweest. Afgelopen jaren was het begin me…