Doorgaan naar hoofdcontent

Een gesloten stad


Zoals eerder gemeld ben ik door naar de finale voor JouwVerhaal met mijn inzending "Een gesloten stad". Hieronder, net als op de site, de eerste 500 woorden van mijn verhaal. Wel met de juiste opmaak. ;-)

Wanneer je het mooi vindt zou ik een stem zeer waarderen. Niet dat ik het ga halen met de stemmen die ik vergaar, maar het voelt hoe dan ook goed!

Stem dan hier.





Een gesloten stad

Ze kijkt omhoog. Ze staat op een klein binnenplein dat door grijze gebouwen wordt omsloten. Het spiegelglas reflecteert haar grauwe omgeving. De lucht is bewolkt en drukkend. Het gaat regenen, dat weet ze zeker. Maar de regen kan haar niet helpen. Het verkilt enkel en legt een natte laag over wat levenloos is.          
    De stad is leeg en voelt ontzield. Ze kan zich niet meer herinneren wanneer ze voor het laatst iemand gezien heeft, laat staan gesproken. Ze is alleen. Misschien is ze wel altijd alleen geweest. Ze weet het niet en het maakt haar ook niet uit. Deze verlaten stad is haar wereld. Het is geen huis of thuis, maar enkel de ruimte waarin zij verblijft. Een veilige ruimte.
    Ze beweegt zich als door water naar de smalle doorgang die naar de straatkant leidt. Even is het zwakke licht nog zwakker want het massieve beton laat niets door. De hoge en smalle doorgang lijkt benauwend en onheilspellend. De flauwe bocht die gemaakt moet worden zorgt ervoor dat er halverwege noch zicht is op wat voor, noch op wat achter haar ligt. Na een uitzichtloos moment openbaart de straat zich voor haar. Is ze hier al eerder geweest? Ze herkent het niet. Voorzichtig stapt ze met één voet op de kasseien die zwart glimmend een rivier lijken welk haar zou kunnen meevoeren naar daar, de onbekende ruimte buiten de stad. Ze trekt haar voet terug. Hoezeer ze ook het idee heeft dat iets in haar intens verlangt naar de vrijheid van het onbekende, ze durft het niet. Hier is ze veilig. Buiten de stad ligt verboden terrein en de grenzen mogen niet overschreden worden. Ze blijft staan en ziet niets anders dan dat wat ze kent, een grijze, gesloten stad.


 

“Hoe lang nog, papa, hoe lang nog?”, vraagt het kleine meisje aan haar vader. Haar goudblonde krullen dansen wild in het zonlicht. Ze heeft een gezonde blos op haar gezicht. Met haar grote, blauwe ogen kijkt ze haar vader verwachtingsvol aan. Haar vader glimlacht om het tomeloze enthousiasme van zijn dochtertje.
    “We zijn er bijna Sofie. Nog heel eventjes wachten.”
    Hij heeft haar hand stevig vast terwijl ze door de duinen lopen. Het kleine meisje drentelt op haar blote voetjes over het voetpad. Dit is de allereerste keer dat ze de zee zal zien. De allereerste keer dat ze het zand tussen haar tenen zal voelen. De allereerste keer dat ze de zilte zeelucht zal ruiken zoals hij zich die ook kan herinneren van zijn allereerste keer, al vele jaren geleden. Met de zachte, warme wind schuurt fijn strandzand langs hun gezicht. Ze lopen steeds verder omhoog en volgen het pad dat hen over de laatste rij duinen zal voeren. Daarboven, op de top van de laatste duin, zal zich het wonder voltrekken van de ontdekking van een nieuwe wereld. Haar grenzen zullen zich verbreden. Door het zien van de zee zal ze in staat zijn te beseffen dat er meer te ontdekken valt dan wat haar kleine veilige wereldje haar kan bieden. Er ligt nog zoveel achter de horizon. Ze zal groeien, nu nog niet in leeftijd of in lengte, maar in verbeeldingskracht. Hier heeft hij zo naar verlangd. Al vanaf het moment...

Reacties

Populaire posts van deze blog

~

If dreams could be real
You'd live
We'd walk in the park, smiling
But spring's here again
And you're not

How far would you go

how far would you walk with me my friend
all the way through the swamp of sadness
where despair seeps into your veins
leaving your limbs as heavy as stone
how far would you walk with me my friend
how far would you walk with me my friend
all the way over the mountains of dread
where the fear claws at your feet
and the paths are as treacherous as thieves
how far would you walk with me my friend
how far would you walk with me my friend
all the way through the valley of pain
where the roads are as sharp as razors
and the rivers run with blood
how far would you walk with me my friend
how far would you walk with me my friend
All the way to the ends of the earth
where the emptiness is as vast
as the hole in my heart
how far would you walk with me my friend
how far would you go

Een kaarsje branden

Ik brand vaak nog wel eens een kaarsje in een kerk als ik in het buitenland ben. Niet omdat ik gelovig ben, maar omdat het zo'n mooi symbolisch gebaar is: een herdenkingslichtje. De warmte van het terugdenken aan iemand die je dierbaar is en wie je bent kwijtgeraakt, het licht van de liefde die je samen hebt gedeeld, de geborgenheid, de kwetsbaarheid, maar ook de vergankelijkheid. Een kaarsje blijft ook niet eeuwig branden. Zelfs herinneringen vervagen met de tijd. Specifieke dingen: een geur, de kleur van een stem, dagelijkse dingen die we in het leven allemaal voor lief nemen... Wat wel blijft is de liefde en de pijn van het gemis. Het hart onthoudt zoveel meer dan het hoofd.

Met mijn hoofd stuur ik steeds weer mijn hand aan een kaarsje aan te steken voor mijn moeder Tine († 5 februari 1992), mijn opa Piet Greep († 3 november 1994) en oma Jo Greep († 2 februari 1995). Het kaarsje brandt ook voor andere dierbaren die helaas niet meer bij me zijn, maar zeker ook brandt het voor d…