Doorgaan naar hoofdcontent

Deelname aan Jouw Verhaal-wedstrijd

Uiteindelijk plaats ik hier heel mijn verhaal. Nu alleen, net als met de deelname, de eerste 500 woorden ervan.

Wanneer je het mooi vindt kun je stemmen via Facebook of Linkedin, of je maakt een eigen account aan.

Ga naar www.jouwverhaal.nl en zoek op Bontius.



De Gesloten Stad

    Ze kijkt omhoog. Ze staat op een klein binnenplein dat door de grijze gebouwen wordt omsloten. Het spiegelglas reflecteert de grauwe omgeving. De lucht is bewolkt en drukkend. Het gaat regenen, dat weet ze zeker. Maar de regen kan haar niet helpen. Het verkilt enkel. Legt een natte laag over wat levenloos is.
    De stad is leeg en voelt ontzield. Ze kan zich niet meer herinneren wanneer ze voor het laatst iemand heeft gezien, laat staan gesproken. Ze is alleen. Misschien is ze wel altijd alleen geweest. Ze weet het niet en het maakt eigenlijk ook niet uit. Niets maakt eigenlijk uit. Het is een dag als alle andere dagen. Geen veranderingen. De tijd staat hier stil, net als zij. Het heeft ook geen zin om je te bewegen in wat onveranderlijk is. Waarom zou ze. Deze verlaten stad is haar wereld. Het is geen huis of thuis, maar enkel de ruimte waarin zij verblijft. Een veilige ruimte.
    Ze beweegt zich als door water naar de smalle doorgang die naar de straatkant leidt. Even is het zwakke licht nog zwakker. Het massieve beton laat geen licht door. De hoge en smalle doorgang lijkt benauwend en onheilspellend. De flauwe bocht die gemaakt moet worden zorgt ervoor dat er halverwege noch zicht is op wat achter, noch op wat voor haar ligt. Na een kort uitzichtloos moment openbaart de straat zich voor haar. Meer van dezelfde grauwe, grijze leegte. Is ze hier al eerder geweest? Ze herkent niets. Voorzichtig stapt zij met één voet op de kasseien die zwart glimmend een rivier lijken welke haar zou kunnen meevoeren naar daar, de onbekende ruimte buiten de stad. Ze durft het niet. Hoezeer zij ook het idee heeft dat iets in haar intens verlangt naar de gevaarlijke vrijheid van het onbekende, ze durft het niet. Eigenlijk is het sterker nog. Ze mag het niet. Buiten de stad ligt verboden terrein. De grenzen mogen niet overschreden worden. Nooit. Hoe weet ze dat eigenlijk? Ook dat weet ze niet. Maar dát ze het weet is wat belangrijk is. Het mag niet. Ze kijkt rond en ziet niets anders dan een grijze, gesloten stad.


    “Hoe lang nog, papa, hoe lang nog??”, vraagt het kleine meisje aan haar vader. Haar goudblonde krullen dansen wild in het zonlicht. Ze heeft een gezonde blos op haar gezicht. Met haar grote, blauwe ogen kijkt ze haar vader verwachtingsvol aan. Haar vader glimlacht om het tomeloze enthousiasme van zijn dochtertje.
    “We zijn er bijna Sofie. Nog heel eventjes wachten.”
Hij heeft haar hand stevig vast terwijl ze door de duinen lopen. Het kleine meisje drentelt op haar blote voetjes over het voetpad. Dit is de allereerste keer dat ze de zee zal zien. De allereerste keer dat ze het zand tussen haar tenen zal voelen. De allereerste keer dat ze de zilte zeelucht zal ruiken zoals hij die zich ook kan herinneren van zijn allereerste keer, al zo ontzettend…

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Boeklancering 23x Zwart Licht

Over een maandje zal de verhalenbundel 23x Zwart Licht gelanceerd worden. Ik ben trots dat voor de derde maal een verhaal van mij gepubliceerd wordt via Godijn Publishing.

Mijn verhaal heet 'Engelenstem'. Een klein voorproefje om jullie interesse te wekken:


"Blanco. Ze staarde wezenloos voor zich uit. Alles was blanco. Ze had het gevoel niet echt te zijn. Even deed ze haar ogen dicht en probeerde ze zich te concentreren op haar lichaam. Ze werd zich gewaar van haar hartslag en ademhaling; ze moest wel echt zijn. Ze opende haar ogen en keek omhoog naar de strakblauwe lucht, die leek ook echt. Ze richtte haar blik vooruit en zag de zee. Het wateroppervlak was rustig, de golven kabbelden. In de verte voer een vrachtschip waarvan het leek alsof hij stillag. Ze werd zich ervan bewust dat ze in de vloedlijn stond en dat haar sneakers nat waren geworden, toch bleef ze staan. In haar rechterhand hield ze iets vast: een scherp toelopende metalen pin. Het zat onder het bloed, net als…

~

If dreams could be real
You'd live
We'd walk in the park, smiling
But spring's here again
And you're not

How far would you go

how far would you walk with me my friend
all the way through the swamp of sadness
where despair seeps into your veins
leaving your limbs as heavy as stone
how far would you walk with me my friend
how far would you walk with me my friend
all the way over the mountains of dread
where the fear claws at your feet
and the paths are as treacherous as thieves
how far would you walk with me my friend
how far would you walk with me my friend
all the way through the valley of pain
where the roads are as sharp as razors
and the rivers run with blood
how far would you walk with me my friend
how far would you walk with me my friend
All the way to the ends of the earth
where the emptiness is as vast
as the hole in my heart
how far would you walk with me my friend
how far would you go